Uncategorized

Syndroom van Asperger

In mijn werk, op het speciaal basisonderwijs, kom ik veel kinderen met een specifieke hulpvraag tegen. Denk hierbij aan gedrags- en/of leerproblemen. Er is hier al veel over geschreven, maar vaak ook in onduidelijke taal. Door mijn opleidingen en werk heb ik hier ervaring mee, die ik graag wil delen. Daarom zal ik hier regelmatig een ‘specifieke hulpvraag’ behandelen. Vandaag ga ik in op het Syndroom van Asperger.

Wat is het Syndroom van Asperger?
De Oostenrijkse kinderarts Hans Asperger beschreef, in 1944, een stoornis met als kenmerkende symptomen een gebrek aan inlevingsvermogen, weinig vaardigheden om vriendschappen te sluiten, eenzijdige conversatie, enorme belangstelling voor bepaalde zaken en onhandige bewegingen. Later werd de term ‘Asperger’s syndrome’ voor geïntroduceerd. Deze kinderen hebben dezelfde ernstige sociale en communicatieve probleemgedragingen als autisten, (in een latere blogpost zal ik dieper ingaan op autisme) maar is er geen significante achterstand in de taalontwikkeling (vóór de leeftijd van drie jaar moeten ze begonnen zijn met spreken). Ook is er geen achterstand in de cognitieve ontwikkeling, in de ontwikkeling van bij de leeftijd passende vaardigheden om zichzelf te helpen, in gedragsmatige aanpassingen (anders dan binnen sociale interacties) of in de nieuwsgierigheid naar de omgeving. Daarom worden ze ook wel Hoger Functionerende Autisten genoemd.
Echter, ook bij hen zijn er aanzienlijke beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren of op andere belangrijke levensgebieden. Voor de diagnose moet een andere, specifieke ontwikkelingsstoornis of schizofrenie ontbreken.

De stoornis kan zich op zeer verschillende wijzen uit en met de leeftijd veranderen. Ook al is er bij deze kinderen geen algemene achterstand in taalontwikkeling, hun taalgebruik is wel vreemd. Het doet van jongs af aan heel ouwelijk, pedant en maniëristisch (gekunsteld) aan. Ook kunnen ze zeer breedvoerig zijn. Het taalgebruik is niet sociaal adequaat; er wordt niet geanticipeerd op het antwoord van de ander, waardoor de communicatie niet wederkerig is. Hun mimiek is vlak. De grammatica en de zinsbouw zijn wel correct, maar de sociale aspecten van de communicatie vormen de moeilijkheid. Zo mist de spraakmelodie, terwijl dat juist zo belangrijke is voor de emotionele waarde in onze spraak. Daarnaast zijn er, net als bij de autistische stoornis, beperkingen in de sociale interactie en beperkte, zich herhalende en stereotiepe patronen van gedrag, belangstellingen en activiteiten. Ze kunnen geen samenhang aanbrengen in de taal en hebben een beperkt inlevings- en verplaatsingsvermogen. Ze nemen gezegdes veel te letterlijk en kunnen daardoor niet omgaan met woordgrapjes en abstractere begrippen. Door hun problemen met verbeelding kunnen ze moeilijk verschillende betekenissen toekennen aan verschillende symbolen en die weer in nieuwe situaties toepassen, zonder alles opnieuw te moeten leren. Ze houden graag vast aan regels en hebben er grote moeite mee als anderen dat niet doen. Door hun fragmentarische manier van denken kunnen ze grote gehelen moeilijk overzien.
Daarnaast zijn deze kinderen motorisch vaak houterig en hebben zij dikwijls uitgebreide ‘kennis’ preoccupaties: bijvoorbeeld ruimtevaart, astronomie, topografie. Die kennis heeft vaak geen zinvolle relatie met het leven, maar hangt als los zand aan elkaar. Deze kenmerken kunnen ook juist als sterke kanten gezien worden: een scherp oog voor detail, een sterk (soms zelfs fotografisch) geheugen, eerlijkheid, encyclopedische kennis van bepaalde onderwerpen. Ook Asperger typeerde ze als onafhankelijke denkers met een vermogen om op specifieke gebieden tot grote prestaties te komen.
Hoe ouder deze kinderen worden, hoe meer ze zich bewust zijn van hun (sociale) beperkingen. Bij deze stoornis kunnen medicijnen of therapie niet genezen. Vooral allerlei emotionele problemen moeten voorkomen worden. Daardoor moet je aansluiten bij de positieve mogelijkheden van deze jongeren. Verder is hier ouder- en leerkrachtbegeleiding essentieel, naast aanpassingen in de onderwijs- en thuissituatie om stress te verminderen. Voor de jongere zelf kan een sociale-vaardigheidstraining ingezet worden, terwijl medicatie (tijdelijk) te grote angst of agressie kan indammen.

Nog even kort de kenmerken op een rijtje:
– Onvermogen om sociale interactie te begrijpen, mogelijk slachtoffer zijn van pesterijen, leidend tot sociaal isolement.
– Moeite mer veranderingen, wil het liefst dat de dingen via vaste duidelijke patronen verlopen.
– Opvallend taalgebruik, grote woordenschat; komt daardoor hooghartig, eigenwijs en pedant over bij anderen.
– Er is sprake van een normale of meer dan normale intelligentie.
– Uitdrukkingen, beeldspraak en grapjes worden vaak letterlijk genomen, waardoor misverstanden ontstaan.
– Moeite ondervinden bij het uitdrukken van de eigen emoties en bij het interpreteren van de emoties van anderen. De gevoelens van anderen worden niet begrepen.
– Niet begrijpen van non-verbale signalen en daar dus ook niet adequaat op reageren.
– Overdreven grote belangstelling en/of interesse hebben voor enkele onderwerpen en hier bijna alles over weten. Deze kennis wordt door de buitenwereld vaak als overbodig en nutteloos gezien.
– Moeite met ht verwerken van veel zintuiglijke prikkels tegelijkertijd (veel mensen bij elkaar, harde geluiden, herrie, drukte, geuren, etc.)
– Concentratieproblemen, moeite hebben om in en met een groep te werken.
– Houterige motoriek, slecht handschrift.

Tips voor de omgang met kinderen met het Syndroom van Asperger
– Werk vanuit duidelijke, voorspelbare structuur en vermijd zo veel mogelijk plotselinge, onverwachte veranderingen en activiteiten; bereid de leerling tijdig voor op veranderingen en leg uit waarom er een verandering is.
– Creëer een prikkelarme omgeving. Dit is natuurlijk niet helemaal mogelijk. Maar probeer overbodige prikkels (zoals bijvoorbeeld allerlei drukke knutselwerkjes, voor in de klas, bij het bord) te vermijden.
– Controleer steeds weer of het kind de instructie begrepen heeft, visualiseer de instructie met bijvoorbeeld stappenplannen en tekeningen.
– Houd er in het taalgebruik rekening mee, dat de leerling de neiging heeft alles wat gezegd wordt letterlijk te nemen.
– Leg aan mensen uit wat de handicap inhoudt en hoe men er rekening mee kan houden; kweek begrip.
– Houd rekening met de beperkingen van de motoriek.
– Train de sociale vaardigheden en leg uit waarom de dingen gaan zoals ze gaan. Het kind zal vaak niet snappen hoe sociale processen verlopen, maar kan zich via training wel bepaald gewenst gedrag eigen maken.

In onderstaande aflevering van ‘je zal het maar hebben’ wordt Roxanne gevolgd. Zij heeft het Syndroom van Asperger.

Natuurlijk is er genoeg geschreven over het Syndroom van Asperger. Mijn bedoeling met deze blogpost is om je op een begrijpbare manier te informeren. Ik hoop dat je er wat aan hebt gehad. Heb je nog vragen? Laat ze achter bij de reacties.

 

Bronnen:
Master Special Educational Needs
van Lieshout (2009) – Pedagogische adviezen voor speciale kinderen
Nauta & Giesing (2012) – Leerlingen met een specifieke hulpvraag

Dit vind je misschien ook leuk

Laat een reactie achter

0 reacties