Uncategorized

Pesten deel 3

De afgelopen twee zondagen kwamen deel 1 en 2 over pesten online. Vandaag deel 3: over verschillende interventies die je kunt doen bij pesten.

Op alle niveaus
Zowel voor preventie als interventie is het belangrijk om in te zien dat pesten niet alleen een probleem van het slachtoffer is, maar van de gehele groep. Pesten vindt plaats in een complex samenspel van alle groepsleden, de leraar, de ouders en de schoolleiding. Daarom kunnen over schillende niveaus maatregelen worden getroffen, om het pesten tegen te gaan.
– Schoolniveau. Het organiseren van ouderbijeenkomsten, aandacht voor supervisie op het schoolplein, beleid ten aanzien van pesten.
– Klassenniveau. Het opstellen van klassenregels, aandacht voor pesten in het lesprogramma.
– Individueel niveau. Interventies gericht op het slachtoffer en de dader door bijvoorbeeld assertiviteitstraining, sociale vaardigheidstraining en oudergesprekken.

In de interventies, die ik nu ga beschrijven, wordt op verschillende niveaus gewerkt.

Kanjertraining
De training heeft als doel dat het individuele kind zich sterk voelt, meer zelfvertrouwen heeft, beter grip heeft op sociale situaties en zijn gevoelens beter kan uiten. Het resultaat is dat kinderen leren nadenken over hun eigen gedrag en onderscheid leren maken in manieren van reageren. Uitgangspunt hierbij is dat een kanjer iemand is die ‘eigen’ is en zich niet anders voordoet dan hij is. Het kind leert: ‘alles mag, maar een ander moet zich wel goed voelen bij jouw gedrag en als je ouders het hele verhaal horen, moeten zij trots op je kunnen zijn.’ Het doel voor de klas is orde, veiligheid en een prettige sfeer. Kinderen oefenen met neutrale sociale situaties, zoals jezelf voorstellen en elkaar vragen stellen, maar ook met stressvolle sociale situaties zoals pesten, afwijzen en teleurstellen. Daarnaast stimuleert de kanjertraining het vertrouwen in andere kinderen, wat nodig is om in een groep samen te werken. Er worden veel fysieke vertrouwensoefeningen gedaan.


Oplossingsgerichte aanpak
Bij een oplossingsgerichte aanpak van pesten wordt gesproken over ‘moeilijkheden’ en wordt medeleerlingen om hulp gevraagd. Dit zet de leerlingen in hun kracht, in plaats van dat ze beschuldigt en defensieve reacties oproept. Op groepsniveau houdt dit het volgen in:
1. Een gesprek met het slachtoffer, waarin ‘pesters’, ‘vrienden’ en ‘omstanders’ geïdentificeerd worden. Vragen voor dit gesprek zijn:
Welke leerlingen zijn moeilijk voor je?
Wie zijn volgens jou de meeste bedreigende personen?
Wie staan erbij en kijken ernaar?
Wie helpen jou nu a? Of van wie zou je hulp willen?

De begeleider behandelt de leerling als iemand die ongelukkig is en niet als iemand die het slachtoffer is van het gedrag van anderen. Hij concentreert zich op het type gebeurtenissen en gaat niet te diep in op de specifieke incidenten. Hij luistert naar het verhaal van de leerling zonder het waarheidsgehalte te beoordelen: het is de waarheid van de leerling.

2. Een gesprek met een groep leerlingen waarin omstanders, vrienden en in elk geval de belangrijkste pesters vertegenwoordigd zijn. Het slachtoffer s er niet bij en de begeleider noemt de rollen van de groepsleden niet. De begeleider vertelt dat hij hun hulp nodig heeft, omdat een leerling zich ongelukkig voelt in de groep en omdat hij verwacht dat zij in staat zijn om te helpen. Hij versterkt het begrip voor het slachtoffer door vragen te stellen als: was jij wel eens ongelukkig? Wat deed je toen?
Het uiteindelijke doel van dit gesprek is dat de groep de verantwoordelijkheid neemt voor de situatie van het slachtoffer en het initiatief neemt voor een plan van aanpak. De begeleider geeft bij elk voorstel een compliment; negatieve uitspraken worden genegeerd of respectvol afgewezen. Het gaat er niet zozeer om wat de deelnemers voorstellen, maar vooral dat ze voorstellen doen en betrokken zijn. De begeleider sluit het gesprek af door zijn bewondering uit te spreken voor het plan; hij maakt geen afspraak en vraagt niet om iets te beloven.

3. Een vervolggesprek met het slachtoffer, waarin de begeleider vraagt wat er nu beter gaat. De begeleider complimenteert de leerling met elk succes (Teggelaar e.a., 2010)

Challenge Day


Deze methode zal voor jullie het meest bekend zijn, vanwege het programma ‘Over de streep’.
Challenge Day is een grensverleggende methode uit Amerika, die onder andere wordt ingezet om pesten op scholen tegen te gaan en wederzijds respect te stimuleren. Door spelletjes af te wisselen met serieuze gesprekken, worden leerlingen uitgedaagd om verborgen gevoelens uit te spreken. Op Challenge Day durven leerlingen emoties en ervaringen te delen, met hun medescholieren, die ze nog nooit eerder met iemand hebben besproken.
Challenge Day werkt vanuit de gedachte dat elk kind zich veilig, geliefd en gevierd moet voelen en pakt verschijnselen aan als kliekjesvorming, roddels, geruchten, pesten, intimidatie, negatieve oordelen, isolatie, stereotypen, intolerantie, racisme, geweld, homofobie, apathie en verborgen druk. Veel indruk maakt het onderdeel waarbij alle leerlingen zich verzamelen aan een kant van een witte lijn, waarna ze worden geconfronteerd met soms indringende vragen. In antwoord op deze vragen blijven leerlingen staan, of stappen over de streep. Aan de overkant van de lijn zijn de kinderen ineens niet meer elkaars pestkop, maar lotgenoot.

Ben jij wel eens gepest en hoe is dat overgegaan/opgelost?

Bronnen:
Luijtjes, M. en Zeeuw- Jans, I. de (2012). Ontwikkeling in de groep. Groepsdynamica bij kinderen en jongeren. Bussum: uitgeverij coutinho
Video: KRO – Over de streep

Dit vind je misschien ook leuk

Laat een reactie achter

0 reacties