Uncategorized

Pesten deel 2

Vorige week schreef ik het eerste artikel over pesten. Vandaag volgt deel 2; over het (proberen van) tegengaan en voorkomen van pesten.


Als je pikt op iemand die 'anders' is...

Interventies moeten niet alleen gericht zijn op de pester en de gepeste, maar op de hele groep in de vorm van klassenbijeenkomsten en klassenregels. Het doel van klassenregels is enerzijds dat minder kinderen meedoen aan het pestgedrag of het impliciet aanmoedigen door het te negeren, en anderzijds dat meer kinderen bereid zijn op te komen voor de gepeste of het pesten melden. De meeste attitudeverandering is te halen bij de populaire kinderen die toch al tegen pesten zijn: de verdedigers. Deze kinderen kunnen als zodanig geïdentificeerd worden en aangemoedigd worden zich actief te richten tegen de assistenten en bekrachtigers binnen de groep (Sutton & Smith, 1999).

Wat te doen bij pesten?
– Allereerst moet het verschijnsel gesignaleerd worden. Ook wie een goed contact met de groep heeft, ziet het niet altijd. Dat komt doordat er in zijn aanwezigheid niet of nauwelijks wordt gepest en de gepest durft er niet over te praten.
– De zondebok opvangen: laten praten, troosten. Het zorgt er alleen niet voor dat het pesten ophoudt.
– De pesters aanpakken. Een begeleider die ziet dat er gepest wordt, moet hierop reageren en aangeven dat dit gedrag niet getolereerd wordt. Straffen werkt vaak averechts.
– De enige echte remedie is de werkelijke oorzaak aanpakken. Begin niet de klas pas als groep te begeleiden als het al misgelopen is, maar treed aan het begin op (Gielis e.a., 2003).

Voorkomen is beter dan genezen
Pesten krijgt minder kans als de sfeer en het klimaat in de groep goed zijn en er verantwoordelijkheid gegroeid is voor elkaars welbevinden. Het is daarom belangrijk om aan het begin van het schooljaar aandacht te besteden aan groepsvorming.

Ervaringsreconstructies
Door regelmatig met collega’s ervaringsreconstructies te maken, kan de leerkracht meer inzicht krijgen in het gedrag en het denken van de kinderen. Dat gaat als volgt:
Overzicht: de leerkracht verzamelt zo veel mogelijk gegevens en observaties. samen met collega’s verheldert hij wat hij allemaal weet van het kind.
Inzicht: daarna probeert hij zich te verplaatsen in het kind. Wat zou het denken, voelen, aan ons vragen? Door dit met een team te bespreken, krijgt een leerkracht veel verschillende invalshoeken die hem misschien op een spoor zetten waar hij zelf niet aan gedacht zou hebben.
Uitzicht: vervolgens gaat hij met zijn collega’s mogelijke interventies bedenken. De begeleider van het kind kiest daaruit wat hem van belang lijkt (Esch, 2008).

pesten schoenen
Actief luisteren
Het uitgangspunt moet altijd zijn dat een kind het altijd zo goed mogelijk doet, anders deed hij het wel anders. Door goed te luisteren en te kijken naar wat er gebeurt, krijgt een leerkracht meer inzicht in kinderen en kan hij hen helpen of er voor hen zijn als ze het moeilijk hebben. Wanneer leerkrachten de problemen vanuit aanvaarding, echtheid en empathie benaderen en kinderen serieus nemen, komen ze een heel eind (Esch, 2008).

Werken aan de sfeer
Niet alle klasgenoten vrienden van elkaar te zijn, maar ze hebben wel met elkaar te maken. En hoe goede sfeer in de klas ook is, er zullen altijd situaties zijn waarin sommige kinderen het moeilijker krijgen. Niettemin moet er als er, als er gepest wordt, wel aan de sfeer gewerkt worden. Evaluatieve (kring)gesprekken zijn een goede manier. Ze zijn vormend voor het klimaat, en met kinderen valt goed te praten over wat hen raakt, met wie ze heel goed kunnen werken en waarom en waar het lastiger gaat. Door regelmatig te wisselen van groepjes, komen kinderen soms ook bij kinderen waar ze het minder goed mee kunnen vinden.

Beperkingen onderkennen
Soms is er bij een pester sprake van een ontwikkelingsstoornis, gedragsstoornis of personlijkheidsstoornis. Dan zijn mogelijk alle inspanningen van de omgeving om het kind een moreel en sociaal besef en gevoel bij te brengen, tevergeefs. Het is dus belangrijk daar alert op te zijn en bij enig vermoeden te proberen hierover zekerheid te krijgen. Er kan dan rekening mee worden gehouden en het kind wordt niet verantwoordelijk gesteld voor iets waar het weinig of niet aan kan doen (Franck, 2008). Als de stoornis onderkend is, kan er ook meer begrip en geduld worden opgebracht voor de afwijkende manier van doen, zowel bij de leraar als bij de groepsleden. Daarmee kan ook voorkomen worden dat medeleerlingen op het pestgedrag reageren of op dezelfde manier terug reageren. Ze weten dan: het was niet pesterig bedoeld, het had niets met pesten te maken, het is iets in de ontwikkeling wat ontbreekt.
Ook het kind met sociale perceptie- en reactiesstoornissen kan meer inzicht krijgen in wat zich in de interactie afspeelt. Vaak beseffen ze niet dat ze dingen zeggen of doen die andere jongeren kunnen afschrikken en irriteren. Ze hebben niet in de gaten dat ze hun beurt niet afwachten, andere kinderen onderbreken, zonder meer zeggen wat zij denken, te weinig luisteren naar wat er leeft en verwacht wordt in de groep, grenzen van anderen niet respecteren en zich opdringen (Franck, 2008). Uit onderzoek is naar voren gekomen dat kinderen met (een niet expliciet benoemde) stoornis die deel hebben genomen aan preventieve interventieprogramma’s waarin hun geleerd wordt emoties zowel bij zichzelf als bij anderen te herkennen en te begrijpen en sociale vaardigheden aangeleerd krijgen, meer kans hebben op aansluiting bij leeftijdsgenoten (Mastow, 2002).

Ik ben afgestudeerd op ‘groepsdynamica’, willen jullie hier meer over weten? Laat het me weten.
Dit was deel 2 over pesten. Meerdere delen volgen. Ben jij wel eens gepest? Of heb je gepest? Laat het achter bij de reacties.

Bronnen:
Luijtjes, M. en Zeeuw- Jans, I. de (2012). Ontwikkeling in de groep. Groepsdynamica bij kinderen en jongeren. Bussum: uitgeverij coutinho

Afbeelding: Weheartit.com
Filmpje: Pixar via Youtube

Dit vind je misschien ook leuk

Laat een reactie achter

4 reacties

  • Reply
    Sas
    maart 23, 2014 at 2:51 pm

    Wat een goed artikel! Vroeger ben ik vaak gepest en dit had vroeger nog wat impact op me. Zo werd ik wat terughoudend. Gelukkig stopte het nadat ik een grote mond terug gaf…

    • Reply
      Evelien
      maart 24, 2014 at 11:44 am

      Ik herken het helemaal, bij mij was dat ook zo. Alleen dat van me af bijten en een grote mond terug geven paste niet zo bij me, maar zorgde er wel voor dat het stopte.

  • Reply
    Svenja
    maart 24, 2014 at 9:21 am

    Wat goed dat je hier een artikel over hebt geschreven. Ik vind pesten echt een van de verschrikkelijkste dingen die er is.

    • Reply
      Evelien
      maart 24, 2014 at 11:43 am

      Dat is het ook :(. Ik probeer als juf het te voorkomen en tegen te gaan, maar dat is heel moeilijk.